|
|
|
Inleiding |
Inleiding
Historiek
Raad van bestuur
|
Afdeling |
Kinderkoor
Jongerenkoor
Volwassenenkoor
|
Activiteit |
Koorconcerten
Koorkalender
Koorkampen
Koorkrant
|
Allerlei |
Fotoboek
Opnamen
Links
|
Contact |
Gastenboek
Email
|
|
O.-L.-Vrouwkoor op CD
Laetatus sum
Jules
Van Nuffel: liederen en psalmen
Dit project kwam tot stand door het samenvoegen van de twee LP's "Feestelijke Kathedraalmuziek
I en II" Beide langspeelplaten werden opgenomen en verdeeld in eigen beheer door het
O.-L.-Vrouwkoor. Beide bevatten ook uitsluitend muziek van Jules Van Nuffel. De eerste
werd opgenomen in 1978 bij de herdenking te Mechelen van de 25e verjaring van het
overlijden van de componist, de tweede in 1983 ter gelegenheid van honderdste verjaardag
van zijn geboorte. Er werd getracht om de originele bezettingen zo veel mogelijk te
benaderen: zo worden de psalmen gezongen door een koorgroep van 200 zangers en zangeressen,
de kleinere composities, vaak met een sopraansolobezetting voor de strofen, worden
gezongen door een hoofdzakelijk uit knapen samengestelde sopraanpartij. Ook in de
opnameplaats werd diezelfde echtheid nagestreefd: de tweede plaat werd opgenomen op
het hoogzaal van de Mechelse Sint-Romboutskathedraal, tevens het toneel van het beroemde
Sint-Romboutskoor onder de leiding van Jules Van Nuffel en later van Jules Vyverman.
De kwaliteit van de originele opnamebanden gemaakt door Studio Steurbaut bleek zo
goed te zijn dat een digitalisering tot de mogelijkheden behoorde. Door plaatsgebrek
waren we genoodzaakt enkele stukken te laten vallen. Toch geeft de CD nog een ruim
overzicht van het werk van Jules Van Nuffel in al zijn verscheidenheid en originaliteit.
Jules Van Nuffel werd geboren te Hemiksem op 21 maart 1883.
Gedurende heel zijn leven verbleef en werkte hij te Mechelen. Zijn werken componeerde
hij bijna alle voor het beroemde Sint-Romboutskoor; ze werden bovendien gedacht in
de sfeer en de ruimte van de machtige Sint-Romboutskathedraal.
Het Sint-Romboutskoor bestaat reeds lang niet meer, maar de invloed van de muziek
van Jules Van Nuffel en de weerklank ervan bij velen is nog niet verminderd.
Na zijn priesterwijding werd Jules Van Nuffel leraar aan het Klein Seminarie te Mechelen.
Na een uitvoering van zijn psalm Super flumina Babylonis kreeg hij in 1916 opdracht
om het Sint-Romboutskoor weer op te richten.
Onder zijn bezielende leiding werd dit koor een van de belangrijkste van ons land
en diende het als model voor vele andere kerkkoren. Op de hoogdagen werden met het
voltallige koor de liturgische diensten in de kathedraal opgeluisterd. Van heinde
en verre kwam men luisteren en genieten.
In 1918 werd Van Nuffel directeur van het Lemmensinstituut, en in 1932 lector aan
de Katholieke Universiteit te Leuven. Hij werd benoemd tot ere-kanunnik aan het Metropolitaans
Kapittel in 1926, en tot Geheim Kamerheer van de Paus in 1946, ter gelegenheid van
het 30-jarig bestaan van het Sint-Romboutskoor.
Hij was tevens stichtend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Letteren, Wetenschappen
en Schone Kunsten van België (1938) en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
te Leiden.
Hij overleed te Wilrijk op 25 juni 1953.
Zijn muziek, in hoofdzaak koorwerken, is laat-romantisch van karakter en getuigt van
een diepe en sterke bewogenheid. Een perfecte kennis van de mogelijkheden van stem
en koor liggen eveneens aan de basis van zovele prachtige muziekwerken. Opmerkelijk
is wel dat deze muziek de mensen nog steeds even sterk aanspreekt als vóór 60 of 70
jaar.
|
1.
|
Statuit
|
|
7'00" |
|
2.
|
Ave Regina Coelorum
|
|
3'04" |
|
3.
|
Super flumina Babylonis |
|
8'17" |
|
4.
|
Electa mea |
|
2'26" |
|
5.
|
Laetatus sum in his |
|
5'14" |
|
6.
|
Kerstlied-Vredelied |
|
5'40" |
|
7.
|
Laet ons mit herten reyne |
|
2'52"
|
|
8.
|
Ave Maria
|
|
1'35"
|
|
9.
|
O Oriens
|
|
3'11"
|
|
10.
|
Kerstnacht
|
|
3'35"
|
|
11.
|
Dominus regnavit |
|
5'48"
|
|
12.
|
In convertendo Dominus |
|
8'05"
|
|
13.
|
Te Deum |
|
16'59"
|
Dirigenten: Bob Peeraer en Urbain Van Asch
Alle gezongen door het O.-L.-Vrouwkoor en de Mechelse
Liedertafel,
de nrs. 9 en 13 ook met Audite Nova (dirigent Kamiel
Cooremans)
Het nummer 7 wordt enkel door de Mechelse Liedertafel
gezongen.
nrs. 1 t.e.m. 8 organist Willy Climan
nrs. 9 t.e.m. 13 organist Laurent Van Den Bergh
Opname: nrs. 1 t.e.m. 8 Koninklijk Muziekconservatorium
Brussel, november 1978
Opname: nrs. 9 t.e.m. 13 St.-Romboutskatedraal Mechelen,
november 1983
Sound Recording Center Steurbaut NV. St.-Amandsberg
België
Foto voorzijde: José Cluytens
Ontwerp Ronny Geerts
Lumen Christi
Na Introïbo en
de Damiaancantate van Peter Pieters brengt het met Lumen Christi een
selectie van zijn repertoire voor de Goede Week en Pasen.
Lumen Christi omspant niet minder dan 15 eeuwen. Het oudste gregoriaans op
de CD, het Exultet uit de liturgie van de Paasnacht, gaat terug tot de vroege middeleeuwen.
Daarnaast staan er nog vijf nummers gregoriaans op: de Palmzondag-hymne Hosanna
Filio David, introitus Nos Autem en graduale Christus factus est van
Witte Donderdag, de aanroeping Lumen Christi en het Alleluia-vers met de daarop
aansluitende sequens Victimae Paschali laudes uit de Paasliturgie.
Bij de meerstemmige muziek is er de Vlaamse polyfonie (Clemens non papa en Jacob van
Berchem), barok (een viertal koren in zetting van Bach, Crüger en Risten), Weense
klassiek (een dramatisch Tenebrea factae sunt van Michael Haydn), romantiek
(Bruckners bekende Christus factus est) en de 20e-eeuwse muziek. Daaruit komt het
slotstuk, Rutters vrolijke en uitbundige Christ the Lord is risen again,
maar overigens staat het 20e-eeuwse Mechelen centraal, met oorspronkelijke muziek
van Gaston Feremans en Mgr. Jules Van Nuffel en met fraaie bewerkingen van twee moderne
Nederlandse liederen (Strategiers De Koning van de Vrede en Huijbers' Broeders
die op uittocht gaat) door Kris Wittevrongel, de vorige organist van het O.-L.-Vrouwkoor.
De huidige organist, Wannes Vanderhoeven, verzorgt, behalve de begeleidingen, ook
drie orgelsolo's: een koraalbewerking van Bach, een stuk van de moderne componist
Tachezi en een improvisatie op Nos Autem.
Lumen Chisti is bijna "bedoeld" voor wie de diensten van de Goede
Week niet kan bijwonen of wie er thuis eens van wil nagenieten. Maar natuurlijk, ook
wie van een CD met goede en gevarieerde koormuziek houdt, zal er veel aan hebben.
Heb je interesse, wens je bijkomende inlichtingen? Neem dan contact op met Frans
Teughels.
|
1.
|
De koning van de vrede
|
Herman strategier |
2'11" |
|
2.
|
Hosanna Filio David
|
Gregoriaans
|
1'22" |
|
3.
|
Ghetsemane
|
Johannes Crüger
|
2'23" |
|
4.
|
De Zoon
|
Johann Sebastian Bach
|
3'18" |
|
5.
|
Wer hat Dich so geschlagen
|
Johann Sebastian Bach
|
1'49" |
|
6.
|
Nu valt de nacht
|
Johann Risten
|
1'12" |
|
7.
|
Improperium
|
Gaston Feremans
|
2'08"
|
|
8.
|
Nos autem
|
Gregoriaans
Orgelimprovisatie
|
3'46"
|
|
9.
|
Nos autem
|
Gregoriaans
|
3'01"
|
|
10.
|
O sacrum convivium
|
Jules Van Nuffel
|
1'52"
|
|
11.
|
Christus factus est
|
Gregoriaans
|
3'37"
|
|
12.
|
Christus factus est
|
Anton Bruckner
|
5'32"
|
|
13.
|
Herzlich tut mich verlangen
|
Johann Sebastian Bach
|
2'13"
|
|
14.
|
Tenebrae factae sunt
|
Michael Haydn
|
4'36"
|
|
15.
|
Crux fidelis
|
Clemens non papa
|
3'24"
|
|
16.
|
O Jesu Christe
|
Jacob van Berchem
|
3'15"
|
|
17.
|
Victimae Paschali
|
Herbert Tachezi
|
3'57"
|
|
18.
|
Lumen Christi
|
Gregoriaans
|
0'47"
|
|
19.
|
Exsultate iam angelico
|
Gregoriaans
|
3'07"
|
|
20.
|
Broeders die op uittocht gaat
|
Bernard Huijbers
Kris Wittevrongel
|
2'08"
|
|
21.
|
Alleluia
Pascha nostrum
Victimae
|
Gregoriaans |
3'57" |
|
22.
|
Christ the Lord is rissen again
|
John Rutter |
3'18" |
Introïbo
In
ontelbare koorcompostities vinden wij de natuurlijk schoonheid van de menselijke stem
gekoppeld aan de diepe warmte van het orgel. in het geheel dat we met Introïbo voorstellen,
wordt de begeleidende rol van het orgel heel ruim gezien. Er zijn niet alleen de uitgeschreven
begeleidingen: in een uitgebreide wandeling doorheen de religieuze koorliteratuur
leidt het orgel vaak de koorzang in met improvistaties zoals die in de liturgie van
de kerk van O.-L.-Vrouw-over-de-Dijle gebruikelijk zijn. Gaande van een kort voorspel
tot commentaar op de koorwerken, lokt de improvisatie een subtiel samenspel uit waar
de één nog moeilijk kan zonder de ander; waar koorzang en orgelspel hun zeggingskracht
deels aan elkaar schatplichtig zijn.
Het zogenaamde 'compromisorgel' (een instrument dat niet geschikt is om muziek
uit één bepaalde periode stilistisch honderd procent zuiver te verklanken), speelt
juist in deze context zijn troeven uit. Zo horen we na de stevige kromhoorn en trompet
de 16de-eeuwse stijl en het briljante barokke plenum, de meer romantische, zachte
kleuren die bijv. in de 'Cantique' van Fauré mee de sfeer bepalen.
Een treffend voorbeeld van de stijlvernieuwing die onze liturgie tekent, vinden we
in het Ave maris stella waar het orgel de kloof van tien eeuwen tussen het
gregoriaans en Bardos dicht. Op die manier versmelten onder de gotische gewelven een
dertiental gezangen die evenveel eeuwen christendom bij ons hebben voortgebracht.
'Introïbo' is het eerste woord van de Latijnse zin die de mis opent: 'Introïbo ad
altare Dei'; het kan echter ook een uitnodiging zijn om binnen te gaan in de klankwereld
van koor en orgel. In een wereld waar de menselijke stem en de zilveren orgelkelen
onder galmende stenen bogen dezelfde geest van schoonheid ademen als de weidse ruimte.
Heb je interesse, wens je bijkomende inlichtingen? Neem dan contact op met Frans
Teughels.
|
1.
|
Ave Maris Stella
|
Gregoriaans
Orgelimprovisatie
Lajos Bardos
|
8'25" |
|
2.
|
Tu solus qui facis mirabilia
|
Josquin des Prés
|
2'49" |
|
3.
|
Koraaltrio
|
Orgelimprovisatie
|
3'10" |
|
4.
|
Haec dies
|
Cantus-firmusorgel-improvisatie
Jacob Arcadelt
|
3'53" |
|
5.
|
Prealudium
|
Orgelimprovisatie
|
4'25" |
|
6.
|
Cantique de Jean Racine
|
Gabriel Fauré
|
6'20" |
|
7.
|
Ave Maria
|
Orgelimprovisatie
Franz Liszt
|
7'11"
|
|
8.
|
Ubi caritas
|
Orgelimprovisatie
Maurice Duruflé
|
3'43"
|
|
9.
|
Tota pulchra es, Maria
|
Gaston Feremans
|
3'29"
|
|
10.
|
Ego sum Panis vitae
|
Flor Peeters
|
4'23"
|
|
11.
|
Sicut cedrus
|
Jules Van Nuffel
|
4'00"
|
|
12.
|
Introibo
|
Orgelimprovisatie
|
2'28"
|
|
13.
|
Alma Redemptoris Mater
|
Vic Nees
|
3'18"
|
|
14.
|
Sijt mijns ghenadich
|
Kris Wittevrongel
|
2'28"
|
|
15.
|
Magnificat
|
Herbert Howells
|
5'32"
|
Damiaancantate
Het
werk werd opgebouwd rond 15 taferelen, gevolgd door een epiloog. In een eerste
tafereel horen we een instrumentaal sfeerbeeld van een oneindige oceaan,
die op Damiaan zeker een geweldige indruk moet gemaakt hebben: eerst de wekendurende
boottocht en dan de jarenlange eenzaamheid op het eiland. Ook de muziek is hier als
de oceaan: eeuwig dezelfde, maar toch steeds in beweging en veranderlijk.
Het tweede tafereel wordt gezongen door de pasaatwinden: boven de
arpeggio's van de harp, gekleurd met de fragiele klank van crotales en klokkenspel
verheft zich de zwevende zang van vier vrouwenstemmen: "Duifje van deArk, blijf vliegen,
volg de Stille Oceaan. 't Blauwlicht zal er niet om liegen, 't kleinste takje zal
volstaan". Na de zondvloed brengt het Duifje van de Ark hoop op redding.
De Kinderen van de Aarde hebben zich met het water verzoend, bewonen de Gouden Berg
Haleakalaen leven er in een paradijselijk toestand. Doch hun geluk is vrij broos:
telkens opnieuw wekken zij de woede van Pele, de Vuurgodin-met-de-Vlammende-Haren.
Dan barst de vulkaan uit en de lava vormt een nieuwe bedreiging voor het geluk van
de bewoners. Vanuit een obsederende zeven-achtste maat komt dit derde deel muzikaal
tot leven, op het ritme van de op en neergaande zeeboezem. Deze dansende levensroes
wordt in het midden onderbroken door een badinerende zes-achtste maat, waarna de meeslepende
begindans hernomen wordt. De paradijslijke toestand wordt slechts bedrijgd door Pele,
de valse Vuurgodin, die zich op het einde laat gelden: 'Dit uit vuur geboren land,
is het mijne !!!'
In een vierde scène verkondigen de Passaatwinden een onheilspellende
boodschap: "Zo baart de tijd niet enkel rozen...". Het 'Blauwzeer' heeft zijn intrede
gedaan en vormt een aantasting van het opperste goed van de menshet Absolute Blauw.
Daarom wordt al wie aan 'Blauwzeer' lijdt door de vierschaar, Apparatus Criticus,
weggezonden en verbannen. Vanuit het koor kllinkt de kreet: "Ma'i Pake!"; ratels worden
gebruikt om de onreinen van de anderen te onderscheiden. Het Apparatus Criticus scandeert
zijn oordeel boven een ostinate basfiguur: 'Nomen, omen, recht zal spreken'.
De Aura Popularis komt aan het woord in het vijfde deel: de stem
van het vol met zijn onverbiddelijk oordeel: "onrein? Besmet? Dragers van het Kaïnsteken?
Vierde fase van syfilis?" Onheilspellend paukengeroffelondersteund de aanvangszin:
"Jus soli, jus sanguinis" ("Gewoonterecht, Bloedrecht"), omspeeld door guirlandes
in de klarinet. De harp brengt een iets vluchtiger B-gedeelte aan, waarbij de kopers
de harmonie onderlijnen. Het inleidende A-gedeelte wordt nu instrumentaal hernomen
en weer opgevolgd door het B-gedeelte, met een andere tekst en een andere orkestratie.
Een gevarieerde herneming van van het A-gedeelte maakt de cyclus rond.
Het zesde tafereel brengt ons een lied van vuur en tranen. Boven
een ostinaatfiguur in de bassen van het orkestverheft zich een kreeft van de bannelingen:
"Ma'i Pake! De dood zit in ons bloed!". Ook de passaatwinden brengen geen soelaas:
"Zo wacht deze bange mensen veel verdriet en wijnig troost!". De vuurgoding protesteert
hevig"Ook ik wil die Blauwzeringen niet op mijn grondgebied!" Met de dood in de schoenen
gaan ze op weg naar Ka pa pupule, het gekkendorp.
Het zevende deel neemt ons mee in het gekkendorp: enkele nederzettingen
worden doorgelicht en het Apparatus Criticus geeft zijn commentaar. Muzikaal werd
dit deel gebouwd op een 12-tonenreeks, om het vrevreemdingseffect nog groter te maken.
Een klagende melodie in de hobo vormt het belangrijkste thematische materiaal voor
dit deel. Na de herneming van dit thema inde andere houtblazerskrijgen we een muzikale
stilstand (een liggend akkoord in de strijkers), waar de recitant op inspeelt en een
eerste woning beschrijft. Daarna komt het koor met een soort refrein, soms in éénstemmig,
soms in canon, soms vierstemmig. Deze drie muzikale elementen: instrumentaal A-gedeelte,
stilstand met recitatief en koorinterventie worden nu in wisselende volgorde herhaald
en eindigen met het weinig hoopvolle vooruitzicht: "Binnen dertig, veertig jaar, blijft
van ons nog kop nog haar!".
Maar het leven gaat verder in het ballingsoord. In het achtste deel zoeken
de veroordeelden hun toevlucht in uitbundige losbandigheid als compensatie voor de
pijn van het Blauwzeer. De muziek wordt gedreven door een levendig, onstuitbaremotoriek
en maakt een parodie op het derde deel waar de Erfgenamen van het Paradijs zich overgaven
aan een uitbundige levensroes. Doch hier klinken de zeer realistische woorden: "Ook
al is het nog zo mooi, zelfs het groenste gras wordt hooi."
In het negende tafereel brengen de Passaatwinden ommekeer ze melden
met volle vreugde de komst van de Man-met-de-Blauwgeschelpte-Ziel: de Manteldrager
der Liefde. Strijkers vormen een impressionistisch klanktapijt waarboven zich een
melodie in de solo-viool ontwikkelt, begeleid door arpeggio's in de harp. Dit alles
dient als voorspel op de sopraan-solo, ondersteund door de stemmen van de overige
drie passaatwinden.
Dit meest intieme moment uit de ganse cantate vormt een passende inleiding op het tiende
deel, waarin waarin voor het eerst de man zelf aan het woord komt.In een
soort 'confiteor' vraagt hij vergiffenis voor wat hij misdeed, of niet genoeg gedaan
heeft. Een muzikaal motief, gespeeld door de fluit, is de bouwsteen van dit hele deel
en werd geconstrueerd op de noten re, la, mi, la, verwijzend naar de letters
van D-A-MI-A uit de naam 'Damiaan'. Het koor brengt, bij wijze van refrein, in één
lange muzikale frase, de dankbaarheid van de bewoners tot uiting: "Man-met-de-Blauwgeschelpte-Ziel,
het lijkt wel of God uit de hemel viel".
Nummer elf werpt ons terug in de realiteit: het hol waarin men sterft, de Zwarte Lijkenkuil,
het Egoïsme. De muziek wordt weer grimmig, wrang, gedrevendoor bitsige ritmen en bijtende
dissonanten. In deze 'dodendans' wordt op een bepaald moment ook het gregoriaanse
'Dies Irea' geciteerd.
Mieke Martens - Peter Pieters
|
1.
|
De zondvloed |
Peter Pieters |
4'38"
|
|
2.
|
Duifje van de Ark
|
|
3'46"
|
|
3.
|
Aardman en eeuwvat |
|
4'17"
|
|
4.
|
Ma'i Pake
|
|
4'19"
|
|
5.
|
Jus Soli Sanguinis
|
|
3'15"
|
|
6.
|
Lied van Vuur en Tranen
|
|
5'14"
|
|
7.
|
Vuile monden, vuile gronden |
|
4'38"
|
|
8.
|
Het Gekkendorp
|
|
1'52"
|
|
9.
|
Lux est umbra Dei
|
|
2'49"
|
|
10.
|
Eros, Amor, Caritas |
|
4'09"
|
|
11.
|
Dodendans
|
|
2'41"
|
|
12.
|
Zo bedrog, leef je nog? |
|
4'52"
|
|
13.
|
Wondenheler, bid voor ons
|
|
3'28"
|
|
14.
|
Homo Sapiens
|
|
6'14"
|
|
15.
|
De Man-van-Hoger-Waarde
|
|
3'49"
|
|
16.
|
Epiloog
|
|
4'46"
|
Solisten:
Jan Caals, tenor
Griet De Volder, sopraan-solo
Annelies Meskens, sopraan
Sabrina Deschacht, Agnes de Graaf, mezzo-sopraan
Francis Verdoodt, Katlien Verdoodt, vertellers
Koren:
Mechels Kathedraalkoor
O.-L.-Vrouwkoor Mechelen
Orkesten:
Simple Symphony
The Art of Brass
Algmene leiding:
Johan Van Bouwelen
CD bestellen
|
|